Een beoordeling
Oorsprong en typering
De oorsprong van de pinksterbeweging ligt in de zogenaamde Holiness movement (Heiligheids/Heiligings beweging). Een beweging die aan het eind van de 19e eeuw ontstond binnen de evangelische beweging. Deze laatste, binnen de christenheid in de 18e – en 19e eeuw toonaangevende beweging, ‘liep op haar laatste benen’. De pinksterbeweging nam nadien, sinds begin 20e eeuw, deze rol over. We moeten de evangelische beweging dus als onderscheiden zien van de pinkster- en charismatische beweging. Tegenwoordig worden ze meestal ‘op één hoop gegooid’.
In het begin zien we bij deze beweging velen met goede intenties zoeken en zich uitstrekken naar een Bijbels christendom, met name naar ervaringen waarover in de Bijbel te lezen valt.
Altijd moeten we, zowel in het persoonlijke christenleven als in het leven van de Kerk, ervoor waken om niet over bepaalde grenzen, welke Gods Woord aangeeft, heen te gaan.
Hoewel deze beweging als geheel een christelijke beweging is (logend niet de basis ervan), zien we haar helaas toch over menige grens heen gaan.
Een heel bekend persoon binnen deze beweging is Benny Hinn. Zijn wellicht bekendste boek is Good morning, Holy Spirit (Goede Morgen, Heilige Geest). Heel typerend vinden we in deze titel een on-Bijbelse aandacht voor God de Heilige Geest. Deze Persoon is namelijk bijna tweeduizend jaar geleden op aarde komen wonen in Gods Gemeente, met het doel er de aandacht te vestigen op Christus en de waarde van Zijn werk op Golgotha en juist NIET op Zichzelf. Zo lezen we ook nooit in de Bijbel dat tot de Persoon van de Heilige Geest wordt gebeden.
Benny Hinn had hoge achting voor Kathryn Kuhlman (1907-1976), een vrouw die predikant werd en heel grote genezingscampagnes hield in Amerika en ook wel daarbuiten. Daarmee komen we op andere punten, waar men over Bijbelse grenzen heen ging. Zo vinden we in deze beweging vrouwen in een rol die hen volgens Gods Woord niet toekomt. Eveneens grote aandacht voor de gaven en met name de tekengaven van de Geest, zoals die van genezing. Vóór die tijd werd onder Bijbelgetrouwe gelovigen algemeen aangenomen dat de wonder- en tekengaven behoorden tot de apostolische tijd. We lezen namelijk in Gods Woord: “De tekenen van de apostel zijn onder u met alle volharding verricht, door tekenen, wonderen en krachten” (Herziene Voorhoeve vert. NT), 2 Kor.12:12. Van de apostel dus.
Het orthodoxe standpunt was dus eeuwenlang dat de bijzondere gaven zijn opgehouden, nadat de Kerk/Gemeente door de apostelen was gevestigd en ook het Woord van God was voleindigd, afgerond met de Geschriften van de apostelen en profeten van het N.T. Moeten we geloven dat de Kerk/Gemeente zo’n 1900 jaar in geestelijke armoede verkeerde tot op de tijd van de pinkster- en charismatische beweging?
Schrift met Schrift vergelijkend zien we dat gedeeltes als Mark.16:17-20, Joh.14:12 en Hebr.2:3,4 op de apostolische tijd slaan. In Mark.16:9-14 staan de apostelen, “de elven” (vers 14) eerst nog als ongelovig te boek, maar worden in het volgende gedeelte door de Heer “Hen nu die geloven” (vers 17) genoemd! In de tussentijd –na Zijn opstanding- had de Heer hen vanuit de Schriften laten zien dat alles moest worden vervuld wat over Hem geschreven stond en daarbij werd hun verstand geopend “opdat zij de Schriften verstonden” (Luk.24:44, 45). Wellicht was dit de tijd dat zij “tot geloof in de Heer Jezus Christus kwamen” waarover Petrus in Hand.11:17 spreekt, namelijk in Christus als gestorven, begraven en opgewekt uit de doden.
Het gaat in het gedeelte van Mark.16:17-20 helemaal niet over allen die geloven en ook niet dat dit zo zou blijven tot het eind van de eeuw.
In dezelfde lijn moeten we ook Joh.14:12 uitleggen. Het borduurt voort op de werken welke de Heer Jezus Zelf op aarde had gedaan (vers 11). De apostelen deden de “grotere” als bewijs van de verheerlijking van de Heer Jezus in de hemel (bijv.: Hand.5:15,16; 19:11,12). Hij had de overwinning op het kruis behaald en was nu als Mens verheerlijkt bij Zijn Vader op de troon in de heerlijkheid!
In Hebr.2:4 lezen we over de apostelen als “hen die het gehoord hebben, terwijl God bovendien medegetuigde zowel door tekenen als wonderen en allerlei krachten en uitdelingen van [de] Heilige Geest naar zijn wil”. Weer die duidelijke verbinding: apostelen + tekenen en wonderen.
Hoewel we daarna nog bijzondere genezingen (uitzonderlijk) vinden in de Kerkgeschiedenis tot op heden, is het verschil met de apostolische tijd zonneklaar. Pinkster- en charismatische christenen zelf geloven anders; we zien echter bij hun praktijk absoluut geen gelijkenis met die begintijd. Als we de feiten tenminste nuchter onder ogen willen zien en zo nodig onderzoeken. Zij wijten dat verschil aan het verval in de christenheid en stellen dat ook nu nog alle gaven uit deze beginperiode ‘tot onze beschikking staan’. Hoewel we inderdaad wel een verval in de christenheid zien, is dat niet de reden van het wegvallen van de bijzondere manifestatie van tekenen en wonderen uit de begintijd, verbonden met de apostelen, zoals we zagen.
De begintijd had de bijzondere manifestatie van tekenen en wonderen nodig om op absolute wijze duidelijk te maken dat er in de heilsgeschiedenis een nieuwe periode was aangebroken, met een andere boodschap. Die boodschap van de uitverkoren gezanten, apostelen, werd op onmiskenbare wijze bevestigd door de verheerlijkte Heer en Heiland met deze bijzondere bevestiging door wonderen en tekenen[1].
Wel moeten we oppassen, want velen zijn namelijk doorgeslagen naar het andere uiterste dat God vandaag de dag in het geheel geen bepaalde tekenen en wonderen meer zou doen.
Als we duidelijk vanuit Gods Woord en in vergelijking met de praktijk van vandaag de dag zien dat die eerste tijd inderdaad een bijzondere tijd was, houdt dat niet in dat God bijvoorbeeld op gebed in bepaalde (uitzonderlijke) gevallen ook nu nog geen genezing zou kunnen geven en dat een situatie als beschreven in Jakobus 5 (hoewel het geheel in een Joodse context plaatsvindt, zie 1:1 en 2:2) niet meer voor zou kunnen komen.
Stemt dit nu echt overeen met wat de Bijbel zegt?
Op grond van Gods Woord en een nuchtere interpretatie van de feiten moeten we inderdaad concluderen dat de apostolische tijd een bijzondere tijd was, getypeerd door “de tekenen van de apostel” 2 Kor.12:12, vgl. Rom.15:18,19 en dat in die tijd ook andere gelovigen versierd konden worden met tekengaven.
Sommige van de charismata/charisma’s (gaven) waren tekengaven en andere niet, zoals bijvoorbeeld helpen en besturen. Dat laatste type gaven is nu nog operationeel en dient tot opbouwing van het lichaam van Christus, de gelovigen. De tekengaven waren voor de wereld, de ongelovigen.
Op zich zijn beide genoemde groepen gaven trouwens bovennatuurlijk. Dit punt is echt belangrijk. Men kan namelijk wel een natuurlijke aanleg hebben voor iets (vgl. “naar zijn eigen bekwaamheid” bij het verdelen van de talenten, Mat.25:15), maar heeft toch onmiskenbaar een gave nodig om van dienst te kunnen zijn in de gemeente! Helaas houdt men, vanwege ongeloof op het gebied van de blijvende gaven tot opbouwing, daar weinig rekening meer mee. In I Petr.4:11 vinden we de blijvende gaven mooi verdeeld in twee groepen: gaven in verbinding met spreken en gaven in verbinding met praktisch dienen: “Als iemand spreekt, laat het zijn als uitspraken van God; als iemand dient, laat het zijn als uit sterkte die God verleent, opdat in alles God verheerlijkt wordt door Jezus Christus, aan Wie de heerlijkheid en de kracht is tot in alle eeuwigheid! Amen.”
Iedere gelovige heeft een bepaalde natuurlijke aanleg. De geestelijke gave(n) welke we ontvangen sluit(en) daarop aan en in afhankelijkheid moeten we leren allen door Gods Geest geleid te worden in de uitvoering ervan.
De bijzondere tekengaven, waaronder het spreken in talen (Schrift met Schrift vergelijkend waren het trouwens ‘gewoon’ echte, bestaande talen), zijn weggevallen. Expliciet lezen we dan ook met betrekking tot het wonder van het spreken in vreemde of nieuwe talen (dus talen waarmee men zelf onbekend is) dat het zou “verstommen” (NBG51-vert.) of “talen, zij zullen ophouden” (Herz. Voorhoeve vert.), I Kor.13:8. Hoewel dit dus nu reeds lang zo is, zou je daarbij kunnen stellen dat de soevereine God deze gave misschien sporadisch nog zou kunnen geven, maar het tongengebrabbel en tongengekakel van de pinkster- en charismatische beweging is niet vergelijkbaar met het wonder van de talen en de gave van uitlegging daarvanuit de begintijd van het christendom. Er zijn gevallen bekend waar in een verstaanbare vreemde taal werd gesproken, maar waarbij het bleek te gaan om Godslasterlijke en vulgaire taal…
Nogmaals: anderzijds slaan dus velen door als ze stellen dat er vandaag de dag niets meer aan tekenen en wonderen zouden kunnen gebeuren. Ja, dat ook profetie en kennis uit hetzelfde Bijbelgedeelte (I Kor. 13) al hebben afgedaan! “Het volmaakte” (vs 10) willen ze dan laten slaan op de tijd dat Gods Woord compleet was (de canon), terwijl de context heel duidelijk anders aangeeft. Het is daar de nog komende volmaakte heerlijkheid en in de tussentijd blijven geloof, hoop en liefde, maar ook profetie en kennis. Alleen is deze profetie niet meer de openbaringsprofetie en de kennis niet meer de openbaringskennis, welke er in die begintijd waren, toen inderdaad Gods Woord nog niet compleet (O.T. + N.T.) was.
Zo blijven dus de hoofdstukken 12 tot en met 14 van I Korinthe (dat gedeelte is duidelijk één geheel) gezaghebbend, alleen zonder het bijzondere ervan uit die begintijd. Dat geeft het gedeelte namelijk zelf aan: talen zouden ophouden, verstommen, 13:8. Nooit was deze visie echt een probleem in de Kerkgeschiedenis. Zijn de bijzondere apostelen en profeten bijvoorbeeld niet duidelijk de grondleggers van de Kerk (Ef.2:20,21, “opgebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Jezus Christus Zelf hoeksteen is, in Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, opgroeit tot een heilige tempel in de Heer”, vgl. dit met Ef.3:5!)? Je zou vandaag de dag nog kunnen spreken over ‘bijzondere zendelingen’ als “de apostel van …” en vult u dan maar een gebied of land in. Maar dan meer in de zin omdat er een gelijkenis is met de apostelen. Zij brachten in de na-apostolische tijd tot op heden als Gods gezanten daar dan vaak als eersten het evangelie. Treffend is inderdaad dat ook hun werk soms wel eens gepaard ging met een bepaald teken of wonder (van genezing op gebed bijvoorbeeld) ter bevestiging; niet als regel zoals weleer, eerder als uitzondering. En ook hebben zij niet het gezag van de grondleggende apostelen. Een vereiste voor hen, die eerste apostelen, was dat zij de Heer hadden gezien.
Duidelijkheid te midden van de verwarring
In het bekende gebed van de Heer Jezus in Joh. 17 vinden we ook een duidelijk onderscheid tussen de apostelen (eerste gedeelte ervan) en “hen die door hun woord in Mij geloven” (vs.20 e.v.). Dat geeft eveneens weer het bijzondere van de apostelen en de apostolische tijd aan.
Hoewel er eertijds met de apostelen bijzondere profeten waren betrokken bij het grondleggende werk, kunnen we toch zeggen dat er nu nog steeds profeten zijn (en profetessen, wier dienst buiten de gemeentelijke samenkomsten is en die tevens geen ‘openbaar onderwijs’ geven, I Kor.14:34, I Tim.2:11-14). Zij spreken vanuit Gods op Schrift gestelde Woord(!) en vanuit Zijn tegenwoordigheid en weten het toe te passen op de gewetens van de hoorders in de situatie waarin ze zich bevinden, “stichtend, vermanend en bemoedigend”, I Kr 14:3, vgl. I Pt 4:11. Dit zijn zij die normaliter met het Woord dienen in de samenkomsten en daarmee de hoorders in Gods tegenwoordigheid brengen. Zonder dus de bijzondere elementen ervan uit de begintijd. Het bijzondere profeteren van de tegenwoordige charismatici is dan ook een bedrieglijke zaak! Hun profeteren wordt nogal eens even belangrijk als de Bijbel gevonden, ja verdringt Gods Woord in de praktijk van zijn unieke en gezaghebbende plaats! Het Woord wordt dan helaas ook veelal verwaarloosd…
Health & wealth
Niet onbelangrijk is het te letten op bijkomende verschijnselen binnen deze beweging. Bekend is bijvoorbeeld dat Kathryn Kuhlman van dure japonnen en juwelen hield. Vele figuren binnen de beweging leiden een overdadig en luxueus leven (in tegenstelling met “verzamelt u geen schatten op aarde”, Mat.6:19, vgl. Jak.5:1-3) en prediken een min of meer ‘health & wealth gospel’ (gezondheids- en welvaartsevangelie).
Navolgers van Christus wordt in de huidige bedeling in het geheel geen (financieel) voorspoedig leven zonder kwalen gegarandeerd. Zelfs wordt hen standaard vervolging en verdrukking in deze wereld in het vooruitzicht gesteld (II Tim. 3:12, Hand. 14:22). In het Oude Testament was dat anders.
Daarbij is in de huidige wereld de vloek als resultaat van de zondeval nog steeds niet opgeheven. Ons lichaam is in die zin nog niet verlost, waarnaar wij als gelovigen natuurlijk wel vurig verlangen, Rom.8:23.
De volgende onderscheidingen kunnen ons helpen in deze materie betreffende ons lichaam:
– Onze lichamen maken nog deel uit van een zuchtende schepping, Rom.8:20-23.
– God kan ziekte soms gebruiken als kastijding, om ons terug te brengen tot Hemzelf, I Kor.11:30.
– Het kan deel uitmaken van Zijn weg met ons om ons meer vrucht te laten dragen, Joh.15:2, 2 Kor.12:7-10.
Het is dan ook een dwaalleer dat velen binnen de beweging de on-Bijbelse leer aanhangen dat door het kruiswerk van de Heer Jezus ziekte geen ‘noodzaak meer is’, dat Christus ons ook wat dat aangaat verlost heeft van de consequenties van de vloek. In principe kun je zeggen dat het is inbegrepen in het verzoeningswerk, maar de verlossing van het lichaam (in tegenstelling tot die van de geest en de ziel) is nog een toekomstige zaak, uitzonderlijke genezingen daargelaten.
Eveneens is het een dwaalleer dat armoede niet thuishoort in een christenleven. Israëlieten onder de wet hadden weleer als het aardse volk van God ‘harde garanties’, als zij God dienden; christenen, hemelburgers (met hemelse zegeningen en vooruitzichten), niet.
De stelling dat deze leringen en predikers ervan meer schade hebben aangericht dan goeds lijkt mij dan ook juist. In de Bijbel lezen we over “de krachten van de toekomstige eeuw” (Hebr.6:5). Men probeert dus door deze dwalingen de zegeningen van de toekomstige eeuw, het Duizendjarig Vrederijk, deze eeuw in te trekken. Dán, in die eeuw, die tijd, zal het hier weer een paradijs zijn, nu nog niet!
Er zijn trouwens een paar serieuze onderzoeken geweest naar aanleiding van de genezingen in de campagnes van Kuhlman en Hinn. De uitkomst was dat er geen genezingen hadden plaatsgevonden.
Misleiding
Gebeuren er dan vandaag de dag geen genezingen meer? Dat zeg ik dus niet. Elke serieuze Bijbelgelovige -in z’n algemeenheid gesproken- uit wat voor ‘segment’ van de christenheid dan ook, gelooft dat God kan genezen, ook nog in deze tijd. Het gebeurt alleen niet meer op een wijze zoals dat weleer wel het geval was. Christenen bidden normaliter voor hen die ziek zijn en God kan, op wat voor wijze dan ook, die gebeden verhoren. Als er bijvoorbeeld in samenkomsten van de bekende (wijlen) Jan Zijlstra door gebed christenen zouden genezen is dat op zichzelf genomen mogelijk. Iedere christen gelooft daar immers normaliter in, zoals ik net schreef? Het is alleen niet vergelijkbaar met de apostolische tijd wat er gebeurt. Hijzelf (Zijlstra) en velen met hem kunnen anders geloven, maar daarin dwalen zij. Genezingen vinden er dan ook zeer uitzonderlijk plaats. Zo twijfel ik er niet aan en met mij menig gelovig arts en medisch specialist, dat vele van de geclaimde genezingen, als bij Kuhlman en Hinn, de toets der kritiek niet zullen overleven. Om maar niet te spreken over hen die (gedeeltelijk) genezen en weer terugvallen in hun ziekte… Het is triest dat zo velen, ook de bekende Bijbelleraar Willem Ouweneel, misleid zijn door deze ‘pinkstertheologie’, ja erdoor verblind zijn.
Typerend is ook dat deze beweging binnen de christenheid zich niet veel aantrekt van allerlei on-Bijbelse leringen en makkelijk allerlei dwalende christenen ‘incorporeert’, tot vrijzinnigen aan toe.
In dat verband moeten we wijzen op immoraliteit als begeleidend verschijnsel. Zo kreeg Kathryn Kuhlman bijvoorbeeld een affaire met een getrouwde man, die zijn vrouw en twee kinderen verliet voor haar. Jaren later verliet zij deze man, omdat zij volgens haar moest kiezen tussen deze man en het werk voor de Heer. Dit soort zaken zijn er niet uitzonderlijk. Nadat ik dit heb geschreven is Binny Hinn gescheiden (van z’n vrouw).
Paulus waarschuwt de Korinthiërs dan ook voor misleiding, verleiding, ja, voor hen die een andere Jezus prediken, over het ontvangen van een andersoortige geest die ze niet hadden ontvangen en een andersoortig evangelie dat ze niet hadden aangenomen en dat ze dat heel goed zouden verdragen… (II Kor. 11:1-4).
Mogen we dat, ja moeten we dit woord van Paulus, niet serieus nemen? Ware gelovigen kunnen dus makkelijk verleid worden. Waakzaamheid is geboden! We moeten de Schriften onderzoeken en alles toetsen. Dat ook ware gelovigen misleid kunnen worden door dwaalgeesten (demonen, kwade engelen) geeft dit Bijbelgedeelte onomstreden aan (zie ook vers 14)!
Bij Ouweneel – hij heeft helaas een hele ommezwaai meegemaakt – las ik pas dat Derek Prince (1905-2003), een bekend Pinkster/Charismatisch Bijbelleraar, dacht dat slechts 10% van de pinkster- en charismatische gelovigen echt bekeerd was. Niet dat hij het laatste woord daarover heeft, maar het geeft toch te denken. Deze man was een bekeerde wetenschapper en zeker geen praatjesmaker. Ook geloofde hij trouwens dat slechts 50% van de gelovigen uit allerlei kerken en kringen waaraan hij pastoraat had verleend, bekeerd was.
Omdat wij ‘niet meer in het paradijs leven’ komen de mensen vaak als bijen op de stroop af in de genezingssamenkomsten. Kuhlman had een eigen tv-programma, genaamd I Believe in Miracles (Ik geloof in wonderen). Geen wonder dus dat velen keken en op haar campagnes afkwamen. Daarbij moeten we ook niet vergeten dat mensen voor zo’n 85% kuddedieren zijn en dat slechts een minderheid zich een eigen oordeel weet te vormen.
Gevoel
Een negatieve rol speelt de muziek in de samenkomsten van deze gelovigen. Het is helaas meer vleselijk ‘een sfeertje scheppen’ dan dat het hen werkelijk ‘in hogere sferen brengt’, de Vader “aanbidden in geest en waarheid”, Joh.4:24. Om maar niet te spreken over de inhoud van de teksten van de liederen.
Algemeen bekend is dat het gevoel tegenwoordig op de voorgrond staat (zoals de ratio, de rede bij een aantal generaties eerder) en dat het gevoel in deze beweging zwaarder weegt dan wat het Woord zegt…
De theorie en praktijk van de typerende pinkster- en charismatische leringen kunnen dus de toets der Bijbelse kritiek niet weerstaan. Al in een vroeg stadium begin vorige eeuw stelden meerdere Bijbelgetrouwe gelovigen dit en waarschuwden dan ook hun medegelovigen.
Als beweging binnen de Kerkgeschiedenis wordt zij getypeerd door de zaken welke we in Openb. 3:14-22 vinden, bij de gemeente van Laodicea. Zo voelde men er zich “rijk en verrijkt” etc.
In de hoofdstukken 2 + 3 van Openbaring vinden we de Kerkgeschiedenis –wat een wonder– voorzegt. In een andere brochure[2] gaan we daar wat dieper op in.
Bij al de gemeenten die we daar vinden geeft de Heer Zelf rake typeringen. Laten we wel beseffen dat de Heer deze dus geeft. Hij wandelt er tussen de kandelaren (2:1) en weet hen te beoordelen, op een wijze zoals wij dat nooit zouden kunnen en mogen doen.
Als ik hier veroordelend heb gesproken door te proberen zaken tegen het licht van Gods Woord te houden, wil ik mij daarmee zeker niet boven andere gelovigen verheffen. Toch mogen en moeten we zaken toetsen. Toetsen aan de waarheid van het Woord, dé maatstaf voor christenen.
We begonnen ons korte relaas met christenen die zich uitstrekten naar een meer Bijbels christendom en dan met name naar ervaringen waar de Bijbel inderdaad over spreekt, maar men kwam echter terecht bij on-Bijbelse ervaringen en praktijken. Vandaag de dag vinden we onder hen ook nog menig oprecht en integer christen die helaas gelooft in deze leringen en ervaringen, maar dan op een meer gereserveerde, nuchtere wijze. Broeders en zusters met wie je gelukkig over de Heer Jezus en de Bijbel kunt praten. Hoewel toch misleid…
Wij kunnen daarom onze bedenkingen niet onder stoelen of banken schuiven en hebben die hier, hopelijk op een goede wijze, beknopt naar voren gebracht.
Zo bespraken we hier bijvoorbeeld niet hoe men er tegen de doop met de Heilige Geest aankijkt, maar duidelijk mag zijn dat men de deur openzet voor on-Bijbelse ervaringen. Velen in de christenheid zijn helaas in het geheel niet bekeerd of hebben geen zekerheid van geloof. Zij zijn duidelijk ‘patiënten’, maar worden niet goed verder geholpen. Zij hebben een duidelijk evangelie nodig: bekeert u en geloof in de Heer Jezus. Ten eerste, bekering (omdraaien naar God en als berouwvol zondaar tot Jezus Christus komen) en ten tweede geloof in het volbrachte werk van de Heer Jezus aan het kruis (rust vinden in Zijn volbracht werk, het bloed dat Hij heeft gestort).
Deze brochure is al wat ouder en ik heb deze zojuist (dec. 2024) weer eens doorgelezen. Er zouden zaken aan toegevoegd kunnen worden, zoals de NAR, de New Apostolic Reformation en de Bethel Church uit Californië. Ook zou wat geschreven kunnen worden over Tom de Wal en zijn boeken. Toch denk ik dat dit weinig zou toevoegen, daar bovenstaand duidelijk is aangetoond waar Bijbelse grenzen worden overschreden.
Wél ben ik in een ander schrijven nog wat dieper ingegaan op het punt van genezing en bevrijding, met de vraag of dit een opdracht is voor deze tijd:
“Geneest zieken,… drijft demonen uit” (Mat. 10:8 en parallelle passages in de Evangeliën) Opdracht voor deze tijd?
Van belang is in te zien dat zich in deze beweging menig ware gelovige bevindt!
Douwe Scheepsma Szn, Deventer, 2024
Aanhalingen komen uit de zogenaamde Herziene Voorhoeve vertaling N.T., Grace Publishing House
[1] Typerend is dan ook dat de bekende Johannes Chrysostomus (ca. 345 – 407) schrijft dat wat het meest tot de uitbreiding van de christelijke kerk heeft bijgedragen, niet zozeer de wonderen zijn, door de eerste christenen gewrocht, maar meer hun heilig leven. Weer een duidelijke verbinding dus van wonderen met de eerste christenen.
[2] ‘Openbaring hoofdstukken 2 + 3. De geschiedenis van de Christenheid voorzegt’
